• Bibliotheken moeten langer openblijven. De bibliotheken in Den Haag sluiten momenteel te vroeg. Een groot deel van de bezoekers zijn studenten. Doordeweeks zitten zij op school en tegen de tijd dat zij naar de bibliotheek kunnen, is deze al gesloten. Daarnaast is het voor een deel van deze groep ook niet mogelijk of moeilijk om thuis te studeren. De kleinere bibliotheken moeten geopend zijn tot 20:00 uur. De Centrale Bibliotheek moet gedurende examenperiodes geopend zijn tot minimaal 23:00 uur.
  • De weekendschool moet worden uitgebreid naar andere stadsdelen. De weekendschool is een mooie manier om scholieren van de basisschool kennis te laten maken met verschillende beroepen. Op dit moment richt de weekendschool zich op de scholieren met succes uit Transvaal en Schilderswijk. Elke zondag doen deze scholieren weer nieuwe ervaringen op die waardevol zijn voor hun toekomst. Hierdoor krijgen zij de mogelijkheid om erachter te komen wat zij wel of juist niet willen. Jong de Mos streeft ernaar om de weekendschool uit te breiden en beschikbaar te maken voor alle scholieren, dit dient de gemeente te faciliteren.
  • Meer aandacht aan historische locaties. Den Haag is een diverse stad met een rijke historie, daarnaast zijn verschillende belangrijke gebouwen gevestigd in Den Haag. Denk hierbij aan de Tweede Kamer, de gevangenpoort of aan het Joegoslavië tribunaal. Onderwijsinstellingen moeten hier (nog) meer gebruik van te maken.
  • Tussenuren op middelbare scholen moeten beter worden benut. De middelbare scholieren krijgen steeds vaker (nutteloze) tussenuren, het gevolg is dat jongeren rondhangen op straat en dat kan zorgen voor overlast in wijken. Middelbare scholen moeten de tussenuren proberen te reduceren d.m.v. een invaldocent, waarbij goede lessen gegeven dienen te worden.
  • Scholen moeten er zorg voor dragen dat iedere leerling zijn zwem/fiets diploma behaalt. Veel scholieren hebben nog geen zwem- en/of fietsdiploma behaalt op de basisschool. Deze twee onderdelen zijn wel van groot belang voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Basisscholen moeten strenger letten op de voortgang van scholieren. Bij een achterstand moeten er stappen worden ondernomen door de school. Basisscholen moeten bijhouden hoeveel scholieren van school gaan zonder een zwem- en/of fietsdiploma. Deze aantallen moeten elk jaar gereduceerd worden.
  • De gemeente en bedrijven moeten zich meer inzetten voor het creëren van stageplaatsen. Het vinden van een stageplaats is van groot belang voor de voortgang van de studie. Veel enthousiaste organisaties zetten zich hiervoor in, de gemeente moet dit beter faciliteren en waar nodig subsidiëren.